Kennis van de echte economie

Huidige situatie >> Kennis van de echte economie

Belangrijkste conclusies:

  • Nederlandse bachelorvakken focussen zelden op materiaal gerelateerd aan de echte economie

  • Slechts 14% van de vakken besteedt substantiëel aandacht aan economische geschiedenis, economische sectoren of echte economische problemen

  • 75% van de vakken refereert niet of nauwelijks aan de echte economieDutch bachelor courses rarely focus on teaching material relating to the actual economy

De opleidingen zijn zo ingericht dat studenten gemakkelijk theorie kunnen verwarren met de echte economie, in plaats van het te zien als een abstractie daarvan. Hoewel er een brede consensus is onder economen dat professionele economen een diepe kennis zouden moeten hebben van economische processen zoals ze in het echt plaatsvinden, hebben Nederlandse curricula weinig aandacht hiervoor, noch voor de hedendaagse economie, noch voor de historische. 75% van alle vakken besteden uberhaupt geen aandacht aan het opdoen van kennis van de bestaande economie.

Meer uitleg over deze bevinding - klik hier +
Dit onderzoek toont aan dat Nederlandse economieopleidingen structureel aandacht missen voor de aard en organisatie van de echte economie. Hoewel het goed mogelijk is dat de theoretische inzichten uit de opleidingen studenten inzicht bieden in de dynamieken achter echte economische processen, toont dit onderzoek aan dat de koppeling tussen de geidealiseerde theoretische inzichten en de beduidend complexer en chaotischer echte economie meestal ontbreekt.

Om te beginnen is het aantal vakken gemeten dat aandacht besteedt aan specifieke economische sectoren zoals de gezondheidszorg, de woningmarkt of de energiemarkt. Gemiddeld 9% van de vakken besteedt hier enige aandacht aan, nog eens 7% zelfs substantiële aandacht. 0% van de vakken zijn volledig gewijd aan de kennis van economische sectoren.

Vervolgens is gekeken hoeveel vakken aandacht besteden aan economische geschiedenis. 6% van de vakken bleek hier enige aandacht aan te besteden, slechts 2% substantiële aandacht. We hebben in heel Nederland geen vakken gevonden die geheel aan economische geschiedenis waren gewijd.

Ten derde is het aantal vakken gemeten dat zich richt op reële economische problemen, zoals klimaatverandering, armoede of vergrijzing. 8% van de vakken besteedt hier enige aandacht aan, 5% van de vakken besteedt er substantiële aandacht aan, en 1% van de vakken is volledig gericht op echte economische problemen.

Tot slot zijn de bovenstaande drie indicatoren gecombineerd in één cijfer. Hieruit bleek dat 75% van de vakken in geen van de drie gebieden telde. Oftewel, drie kwart van de vakken in Nederlandse economie bachelorprogramma's blijft geheel en al in de ivoren toren en besteedt noch tijd aan het begrijpen van economische geschiedenis, noch hedendaagse sectoren of gebieden, noch de economische problemen waar de samenleving mee te kampen heeft.

Waarom is dit belangrijk?

Niets is zo praktisch als een goede theorie. Echter, theorieën mogen nooit in een vacuum zweven. Ze moeten worden toegepast, dienen als hulpstukken om de echte wereld te begrijpen. Studenten zouden steeds opnieuw geconfronteerd moeten worden met de chaos en complexiteit van de echte wereld, om op die manier een grondig begrip te krijgen van de relatie tussen theorie en realiteit.

Het feit dat studenten dit niet leren is uiterst problematisch, want meer dan 97% van de studenten zal niet verder gaan als academici. Als journalisten, beleidsmakers, politici of bedrijfsleiders nemen economen kritieke posities in in de samenleving. Men verwacht van ons dat we de complexiteit, veelzijdigheid en chaos van de echte wereld begrijpen, en dat we theorie niet inzetten als een ideaal, maar slechts als een hulpstuk om die realiteit beter te kunnen begrijpen. Academische theorieën moeten inzicht bieden in wat er werkelijk gaande is, en niet als een eiland op zich bestaan. Robinson Crusoe-economie is simpelweg goed genoeg voor de 21ste eeuw. Maar onze bevindingen laten glashelder zien dat Nederlandse economieopleidingen op dit punt tekort schieten.

Meer details over deze bevinding - klik hier +

Het zou niet mogelijk moeten zijn om af te studeren van een economie-opleiding zonder een grondig begrip van de economische realiteit. Maar in ons huidige onderwijssysteem is dit de norm. En natuurlijk, theorie en onderzoeksmethoden vormen de kern van een academische opleiding. Maar de muren van de ivoren toren moeten niet té dik zijn. Methoden en theorieën zijn slechts een middel, begrip van de economie is het doel. Dit betekent dat veel meer vakken, en delen van vakken, gericht zouden moeten zijn op specifieke aspecten van de echte economie.

Er zijn allerlei manieren om dit te doen. Het kan via gastlezingen, excursies, analyses van sectoren, gedetailleerde empirische discussies in papers, et cetera. Hoewel deze categorie grotendeels overlapt met empirisch onderzoek is ze anders dan empirisch onderzoek, omdat in deze categorie de echte wereld centraal moet staan, terwijl empirisch onderzoek ook kan dienen als voornamelijk een illustratie van theorie.

Gebrek aan aandacht voor de echte economie vergroot het risico dat studenten de theorie voor de echte wereld aanzien (Clower, 1995; M. Morgan, 2012). Metaforisch gesproken: de kaart aanzien voor het terrein. Uit het klaslokaal stappen en in contact komen met de echte economie helpt om de blikken fris te houden en de geesten te scherpen. Daarnaast helpt een regelmatige blik op de echte economie ook om kritisch te blijven t.o.v. methodologische assumpties. Mensen gedragen zich vaak niet netjes volgens de theoretische modellen, en de beste manier om dit te beseffen is om te kijken naar wat mensen echt doen. Kennis van de echte economie maakt zichtbaar hoe relatief een theorie is.

Wij zijn niet de enigen die dit zo zien. De meerderheid van de Nederlandse economen is het er over eens dat voor een professioneel, niet-academisch econoom, grondige kennis van de Nederlandse economie zeer belangrijk is (Van Dalen et al., 2015).

Economische fenomenen bestaan altijd binnen een specifieke historische en institutionele context (Hodgson, 2001). Dat betekent dat goed opgeleide economen ook kennis moeten hebben van de geschiedenis van de economie. Niet alleen kennis van de geschiedenis van het economisch denken is relevant, ook de geschiedenis van de economie zelf zou bestudeerd moeten worden. Voorbeelden op de macro-schaal zijn de opkomst van het kapitalisme en het socialisme, verschillende globaliseringsgolven, de Grote Depressie en de 20ste-eeuwse geschiedenis van het monetair stelsel. Op het gebied van meso-economie valt te denken aan het process van industrieële herstructurering, wanneer nieuwe technologieën opkomen ('creative destruction'). In termen van micro-economie is een voorbeeld hoe reclame en consumentenbeïnvloeding zich historisch hebben ontwikkeld.

Nogmaals, dit hebben wij niet bedacht, dit vindt de meerderheid van de Nederlandse economen. 'De vaardigheid om vraagstukken in hun historische context te plaatsen' is een zeer belangrijke vaardigheid voor niet-academische economen (Van Dalen et al., 2015).

 

Zie meer

Materialen: Kennis van de echte economie

 

Resultaten: Theoretische benaderingen