Economie Onderwijs

Methodologie - data

Huidige situatie >> Methodologie - data

Deze pagina beschrijft de dataverzameling en biedt meta-data van de onderzochte opleidingen en de vakken daarin. Vervolgens gaat ze in op de gecreëerde variabelen en de manier waarop is onderscheiden tussen vakken waarin een thema kortstondig langskomt en vakken die geheel eraan gewijd zijn.

Op zoek naar informatie over de theoretische achtergrond en de onderzoeksvragen? Kijk hier.

Aanpak en meta-data

Dit onderzoek gaat verder dan alleen vaktitels (Onderstal & Hollanders, 2016b), aangezien vakken met dezelfde naam vaak substantieel verschillende stof aanbieden. In plaats daarvan hebben we ons gebaseerd op de online vakbeschrijvingen (details over de opleidingen en databronnen), die beschikbaar zijn op de universiteitswebsites. Om te zorgen voor continuïteit in de metingen en interpretaties tussen alle opleidingen, hebben we het empirische werk (indicatoren coderen op basis van de vakbeschrijvingen) gedaan met slechts drie mensen, waarbij we regelmatig elkaars werk hebben bekeken, gecontroleerd en overlegd.

De data van dit onderzoek bestaat dus uit alle vakbeschrijvingen van alle Nederlandse bachelorprogramma's in algemene economie (resultaten zijn ook beschikbaar per universiteit).

Meer details - klik hier +
De volgende negen universiteiten in Nederland bieden algemene economie-bachelors aan: Groningen, Maastricht, Tilburg, UvA, VU, Utrecht, Wageningen, Rotterdam en Nijmegen.

Soms hebben deze universiteiten meer dan één economiebachelor. Omdat dit onderzoek is gericht op economie hebben we in dat geval gekozen voor de opleiding die het meest gericht was op algemene economie. Zo is er in Tilburg een bachelor "Economie" maar ook een bachelor "Economie en Bedrijfskunde". We hebben gekozen voor de eerste van die twee, omdat die puurder is gericht op algemene economie. Zo hebben we ook in het geval van verschillende specialisatie-mogelijkheden in jaar twee en drie gekozen voor de specialisatie "Economie". Wanneer universiteiten de opleiding zowel in het Nederlands als in het Engels aanboden, hebben we gekozen voor de opleiding die het meeste studenten aantrok. In alle gevallen was dit de Nederlandse opleiding.

Een belangrijke beperking van dit onderzoek is dat vakbeschrijvingen nooit precies beschrijven wat er in colleges daadwerkelijk gebeurt. Zo kan het vak bijvoorbeeld elementen bevatten die niet in de vakbeschrijving staan. Maar het kan ook dat de vakbeschrijving meer belooft dan daadwerkelijk wordt geleverd. Om de grootste afwijkingen op dit punt in kaart te brengen en te zorgen dat onze interpretatie van de online vakbeschrijvingen zo accuraat mogelijk was, hebben we studenten gevraagd die de vakken zelf hadden gevolgd om onze codering na te lopen en te corrigeren.

Weging van vakken

Vergelijkbaarheid tussen vakken en opleidingen is een essentiëel onderdeel van deze analyse. Daarom gebruikt het onderzoek basale informatie over vaktitels, opleidingsjaren, aantallen ECTS en of een vak verplicht of keuzevak is. Meer in het bijzonder gebruikt het gewogen ECTS om het gewicht van elk vak in het gehele programma in te schalen, in plaats van elk vak even zwaar te wegen.

Meer details - klik hier +
Elk vak i krijgt een gewicht. Voor verplichte vakken is dit gewicht 1; voor keuzevakken is het gewicht gelijk aan de ECTS die voor het vak staan, gedeeld door het totale aantal keuze-ECTS (ij) dat beschikbaar is als opties in datzelfde semester/tijdvak. Het gewicht van keuzevakken wordt dus bepaald door het aantal vakken dat een student moet kiezen, gedeeld door het aantal keuzes dat hij/zij heeft.

Een voorbeeld: in het tweede semester van het derde jaar in Tilburg moeten studenten 3 vakken kiezen uit 5 mogelijkheden (al deze vakken wegen 6 ECTS). Om dan het gewicht van elk vak te bepalen, is het gewicht van de vereiste vakken (36=18) gedeeld door het totale gewicht van alle opties (56=30). Met dit gewicht (18/30=⅗) en het aantal ECTS (6) wordt het relatieve belang van elk van deze vijf opties ⅗*6=3.6. Dit getal is het aantal gewogen ECTS van een vak.


Theoretisch kader

N.B.: Deze methode laat een belangrijk deel van het pluralisme weg: het aantal opties dat studenten hebben. Deze meting maakt slechts zichtbaar hoeveel ECTS, in een opleiding van 180 ECTS, gemiddeld besteed worden aan een bepaalde benadering/methode/etc.

Dat betekent dat als een bepaalde opleiding 20 zeer diverse keuzevakken aanbiedt, waarvan studenten er twee kunnen kiezen, die opleiding dezelfde score krijgt als een opleiding waar slechts vijf keuzevakken worden aangeboden, waarvan studenten er ook twee kunnen kiezen. In de opvolger van dit onderzoek zullen we hopelijk een manier vinden om ook het aantal keuzes mee te wegen in de pluralisme-score van een opleiding.

De onderstaande tabel biedt een overzicht van de verzamelde data. De gemiddelde opleiding heeft 36 vakken, wat optelt tot een totaal van 325 vakken in de negen bachelorprogramma's.

Categorieën vakken

Een flinke methodologische uitdaging was om elk vak in een bredere categorie onder te brengen. We hebben er uiteindelijk voor gekozen om de volgende categorieën vakken te onderscheiden: Theorie, Methodologie, Thesis en Minor/Uitwisseling/Stage, waarbij Theorie nog is onderverdeeld in Economische theorie, Bedrijfskundige theorie en Andere theorie. Deze keuze is gemaakt om specifiek te kunnen focussen op economie-gerelateerde vakken in de opleidingen.

Meer details - klik hier +
‘Economische theorie’
Economische theorie is de breedste categorie in dit onderzoek, over het hele spectrum van Micro 101 en Haven-Economie tot Geschiedenis van de Economie. N.B.: we hebben ervoor gekozen om theoretische en toegepaste vakken in één categorie onder te brengen, omdat we merkten dat theoretische en toegepaste vakken in de praktijk niet van elkaar te onderscheiden zijn.

‘Bedrijfskundige theorie’
Bedrijfskundige theorie wordt meegewogen in de metingen van multi- en interdisciplinariteit. In andere metingen, zoals die van theoretisch pluralisme in het economisch denken, zijn vakken Bedrijfskundige theorie niet meegenomen, omdat dit onderzoek zich specifiek richt op economieonderwijs. Om duidelijk te maken wat deze vakken precies bijdragen aan de opleiding van economiestudenten staat hieronder een korte samenvatting van wat vakken Bedrijfskundige theorie zoal inhouden.

De meeste bacheloropleidingen Econmie worden in het eerste jaar, of de eerste anderhalf jaar, gecombineerd met de opleiding Bedrijfskunde. Na deze periode kunnen studenten kiezen om zich volledig te richten op Economie of op Bedrijfskunde. Hierdoor hebben economiestudenten vakken bedrijfskunde in hun eerste jaar, en bedrijfskundestudenten hebben vakken economie. De meeste universiteiten hebben tussen de 12 en 27 ECTS aan bedrijfskunde-vakken in hun opleidingen economie. Uitzonderingen hierop zijn Wageningen, waar deze twee opleidingen niet gecombineerd zijn, en de UvA, waar studenten 36 ECTS aan bedrijfskunde krijgen. Deze vakken zijn opmerkelijk vergelijkbaar tussen verschillende universiteiten, en omvatten gewoonlijk: Accounting, Finance, Marketing, Management en Bedrijfsstrategie. Hoewel we het belang erkennen van bedrijfskundige kennis zijn deze vakken niet de focus van deze studie, aangezien ze zich voornamelijk richten op praktische vaardigheden in het draaiend houden van een bedrijf, in plaats van het opbouwen van een theoretisch en praktisch begrip van de economie als geheel.

Welk effect heeft het weglaten van deze vakken op de bevindingen van dit onderzoek, in termen van de vier subvragen? Wat betreft methodologie, deze vakken onderwijzen voornamelijk financiële en accountingtechnieken, en soms veldwerk binnen bedrijven. In termen van theorie bevatten de bedrijfskundevakken een mix van perspectieven. De meeste daarvan richten zich op de strategische overwegingen van ofwel bedrijven ofwel investeerders. In termen van kennis van de echte economie zouden deze vakken vaak hoger scoren dan het gemiddelde wat dit onderzoek in de economische theorievakken heeft aangetroffen. Wat betreft didactische methoden zijn deze vakken vergelijkbaar met de rest van het onderwijs.

Kortom, hun voornaamste toegevoegde waarde is een uitbreiding van de theoretische horizon. Daarom zijn deze vakken meegenomen in de metingen van multi- en interdisciplinariteit van opleidingen.

‘Methodologie’
Er is een duidelijk onderscheid tussen vakken die onder Methodologie vallen en vakken die dat niet doen. Deze vakken omvatten het hele spectrum van participatoire observatie tot lineaire algebra. We hebben in dit onderzoek geen vakken aangetroffen die ook expliciete theorie omvatten.

‘Scriptie’
De scriptie is een vitaal onderdeel van elke opleiding, aangezien dit de eerste diepgaande praktijkervaring met onderzoek is. Helaas biedt de methodologie van dit onderzoek ons maar weinig inzicht in de scripties. De inhoud hiervan wordt namelijk bepaald door de ideeën en individuele keuzes van studenten en supervisoren. De scriptie is dan ook in geen enkele meting meegenomen. In een vervolgonderzoek hopen we hier dieper op in te kunnen gaan. Echter, los van de officiële eisen die aan een scriptie gesteld worden, mag het verwacht worden dat studenten maar zelden plotseling in een andere richting gaan qua methodologie of theorie, voor hun scriptie. Dit is begrijpelijk, aangezien de voorgaande drie jaar duidelijk hebben gecommuniceerd wat wordt verstaan onder 'goed economisch denken', en het nogal riskant is voor individuele studenten om van deze standaarden af te wijken.

‘Minor/Uitwisseling/Stage’
Tot slot hebben veel opleidingen een stuk vrije ruimte, waarin studenten een minor, stage, uitwisseling of meer keuzevakken kunnen doen. Een stage of uitwisseling met een buitenlandse universiteit is uiteraard van grote toegevoegde waarde voor elke student. Aangezien dit een belangrijke indicator is van de potentiële diversiteit van een opleiding is het aantal ECTS dat beschikbaar is voor dergelijke opties helder gemarkeerd en gecategoriseerd als Minor/Uitwisseling/Stage. Net als de scriptie is het echter niet te observeren via de vakbeschrijvingen wat studenten precies leren van een minor, uitwisseling of stage. De opties voor de minoren, uitwisselingen en stages zijn eindeloos, dus een analyse daarvan valt buiten de scope van dit onderzoek.

Een complicatie hierbij is wel dat een deel van deze ruimte vaak ondanks de andere opties wordt gebruikt door studenten om economievakken te volgen aan de eigen faculteit. In veel opleidingen staan studenten voor de keuze tussen verscheidene keuzevakken, een minor aan een andere faculteit, of een stage of uitwisseling. Studenten hebben hier uiteraard verschillende preferenties, dus we hebben een poging gedaan op basis hiervan een totaalwaarde te kiezen. We hebben ⅔ van de ECTS in dergelijke ruimte toegewezen aan "Minor/Uitwisseling/Stage", en aangenomen dat studenten in de andere ⅓ van de tijd keuzevakken volgen aan hun eigen faculteit. Deze schatting berust geheel en al op onze persoonlijke observaties onder medestudenten, aangezien we geen betrouwbare informatie hebben kunnen vinden over het werkelijke percentage van wat studenten kiezen. Informatie die de kwaliteit van deze schatting kan verbeteren wordt zeer op prijs gesteld.

Onderstaande figuur toont de gemiddelde samenstelling van een Nederlandse economie-bachelor in (gewogen) ECTS.

Wegingsprocedure voor vakinhoud

Aangezien het vergelijken tussen opleidingen een belangrijk doel is van dit onderzoek was het niet voldoende om te kijken welke elementen elk afzonderlijk vak omvat. Dit onderzoek telt die elementen op tot een totaalplaatje voor elke opleiding als geheel.

Meer details - klik hier +
Als antwoordcategorieën gebruikt het onderzoek de volgende opties: binair (ja/nee), 4-punt Likertschaal (0-3) en open. De binaire en open categorieën spreken voor zichzelf, maar de Likertschaal vereist wellicht enige uitleg.

Vragen in de secties Q1 (methodologie), Q2.2 (theorie economie) en Q2.3 (multi- en interdisciplinariteit) gaan over de gedoceerde theorie of methoden. Het is echter niet alleen van belang welke theoretische of methodologische elementen een vak bevat, maar nog veel belangrijker in welke proporties. Om hierin onderscheid te maken zijn de volgende categorieën gebruikt:

Niet behandeld. Als de theoretische benadering of onderzoeksmethode niet werd genoemd of gesuggereerd in de vakbeschrijving is het gemarkeerd als "niet behandeld", score 0.
Beknopt behandeld. Als de theoretische benadering of onderzoeksmethode slechts één keer werd genoemd, en niet werd omschreven als een belangrijk deel van het vak, is het gemarkeerd als "beknopt behandeld", score 1.
Uitgebreid behandeld. Als de theoretische benadering of onderzoeksmethode meerdere malen werd genoemd of omschreven, en een belangrijke rol leek te spelen in het vak, is deze gemarkeerd als "uitgebreid behandeld", score 2.
Hele vak. Als de theoretische benadering of onderzoeksmethode werd omschreven als het hoofdonderwerp van het vak, eventueel met daarnaast nog kleinere elementen, is deze gemarkeerd als "hele vak", score 3.

Sommige vakken bevatten meer verschillende elementen dan andere. Dit is geaccomodeerd door een wegingssysteem, dat de ECTS van het vak verdeelt over de verschillende behandelde elementen. Theoretische benaderingen (of onderzoeksmethoden) die beknopt werden behandeld (score 1) kregen een gewicht van 0.1. Theoretische benaderingen (of onderzoeksmethoden) die uitgebreid werden behandeld (score 2) kregen een gewicht van 0.5. En theoretische benaderingen (of onderzoeksmethoden) die (vrijwel) het hele vak besloegen (score 3) kregen een gewicht van 1. De ECTS van het hele vak werden vervolgens verdeeld over de verschillende theoretische benaderingen of methoden in het vak, naar gelang het relatieve gewicht van elk van de aanwezige elementen.

Om de dominantie van bepaalde theoretische benaderingen te meten is het logisch om simpelweg hun aandelen in elk vak bij elkaar op te tellen, en te komen tot een totaalscore in (gewogen) ECTS. Maar dit werkt niet voor elke gemeten variabele, zoals bijvoorbeeld die rondom kennis van de echte economie. Om het aantal vakken te meten en te tellen dat verder gaat dan theorie, en ook kennis van de echte economie overbrengt, werden vakken die dit in beperkte mate deden gecategoriseerd als 'echte economie - beperkt' (score 1). Vakken die dit uitgebreider deden werden gemarkeerd als 'echte economie - uitgebreid' (score 2), en vakken die (vrijwel) geheel hieraan gewijd waren werden gemarkeerd als 'echte economie - hele vak' (score 3).

Voorbeeld
Het vak Inleiding in de statistiek is 6 ECTS. Een analyse van de vakbeschrijving toont aan dat het vak beknopt ingaat op regressie-analyse, uitgebreid ingaat op factoranalyse, beknopt ingaat op descriptieve statistiek en tevens beknopt ingaat op enquête-ontwerp. Oftewel, drie thema's worden beknopt behandeld, en één uitgebreid. Dat komt neer op een gewicht van 0.1+0.1+0.1+0.5, in totaal 0.8. Wat vervolgens weer neerkomt op 6 ECTS/0.8 = 7.5 ECTS per 1 gewicht.

Dus de totale inhoud van dit vak is:
Regressieanalyse: 7.5/0.1 = 0.75 ECTS
Descriptieve statistiek: 7.5/0.1 = 0.75 ECTS
Enquête-ontwerp: 7.5/0.1 = 0.75 ECTS
Factoranalyse: 7.5/0.5 = 3.75 ECTS
------------------------------------------------------------ +
Totaal: 6 ECTS

Met behulp van dergelijke metingen kunnen we relatief precies de totale hoeveelheid ECTS inschatten die is besteed aan individuele theoretische benaderingen of onderzoeksmethoden, en het aantal vakken waarin bepaalde didactische methoden worden gebruikt. Voor de resultaten, klik hier. LINK LINK LINK
 

Zie meer

Wat is economie?

 

Resultaten: Onderzoeksmethoden

 

Resultaten: Kennis van de echte economie