Economie Onderwijs

Definities

Huidige situatie >> Definities

De concepten gebruikt in de taxonomie van economische theorie zijn veelal multi-interpretabel en sterk verwant. Het is dan ook nuttig om de terminologie in dit onderzoek wat verder te definiëren. Deze pagina beschrijft hoe we concepten scheiden die sterk op elkaar lijken, en hoe we twee belangrijke concepten definiëren. Om te beginnen de hierarchie 'discipline, theoretische benadering, deeltheorie en model, en vervolgens de theoretische benadering die we 'neoklassieke economie' noemen.

Wat is het verschil tussen een discipline, een benadering, een deeltheorie en een model?

In de sociale wetenschappen kan een discipline onderscheiden worden van andere disciplines door (1) de karakteristieken van het sociale systeem dat het bestudeert, of (2) het deel van de samenleving dat het bestudeert. Voorbeelden: sociologie, economie, politicologie.

Binnen een discipline zijn er verschillende theoretische benaderingen. Dit zijn verschillende analytische raamwerken, bestaande uit specifieke concepten, aannames en logica's die worden gebruikt om verscheidene elementen van maatschappelijke systemen te beschrijven en/of begrijpen. Theoretische benaderingen zijn dus van elkaar te onderscheiden in hun analytisch raamwerk. Voorbeelden: Oostenrijkse economie, feministische economie en neoklassieke economie.

Binnen een theoretische benadering zijn er deeltheorieën. Deeltheorieën zijn sets van ideeën die sterk samenhangen en daarmee een specifieke versie van een theoretische benadering vormen. De verschillende deeltheorieën binnen een benadering kunnen dus tegenover elkaar staan. Zo zijn bijvoorbeeld de deeltheorieën nieuwe klassieke macroeconomie en nieuw Keynesiaanse economie al sinds ze bestaan met elkaar in debat, ook al zijn ze beiden onderdeel van de neoklassieke theoretische benadering. Neoklassieke economie bestaat uit een aantal dit soort deeltheorieën. Andere voorbeelden hiervan: milieu-economie, algemene evenwichtstheorie, monetarisme, nieuw Keynesianisme en nieuw institutionele economie.

Uiteraard is neoklassieke economie niet de enige theoretische benadering die verschillende deeltheorieën omvat. Post-Keynesiaanse economie, bijvoorbeeld, bestaat uit de deeltheorieën Cambridge-Keynesianen, vroege Noord-Amerikaanse post-Keynesianen, fundamenteel/financieel Keynesianen, Kaldorianen, Kaleckianen, modern monetarisme en Sraffianen/neo-Ricardianen. Vergelijkbare lijsten zouden kunnen worden gemaakt van elk van de benaderingen die we onderscheiden in dit onderzoek.

Binnen een deeltheorie zijn er vervolgens modellen. Modellen beschrijven specifieke relaties tussen concepten en fenomenen. Binnen een deeltheorie kunnen dus twee modellen een (enigszins) verschillende verklaring geven van dezelfde fenomenen, hoewel de modellen gebaseerd zijn op hetzelfde framework en dezelfde logica. Bijvoorbeeld: het Solow-Swan model en het Ransey-Cass-Koopmans model verklaren economisch groei (enigszins) anders, maar zijn wel allebei onderdeel van de neoklasieke groeitheorie.

Dit is een overzicht van de conceptuele benadering. Om dat handen en voeten te geven: hier staan nog wat meer details over hoe we al deze benaderingen definiëren in ons onderzoek.

Wat zijn neoklassieke economie en mainstream economie?

Neoklassieke economie is een van de theoretische benaderingen die we onderscheiden in dit onderzoek. Belangrijke axioma's hiervan zijn: methodologisch individualisme, een wereld bevolkt door rationele en egoïstische actoren (mensen en bedrijven), wiens beslissingen puur zijn gemotiveerd door de verwachte nutsmaximalisatie, gebaseerd op hun vooraf gegeven en stabiele voorkeuren. Wiskundig afgeleid van deze aannames over individuen ontstaat vervolgens een analyse van markten. Deze markten werken voornamelijk via prijsmechanismen; zowel hun efficiëntie als hun potentiële falen worden geanalyseerd. Deze appendix en J. Morgan (2015) bevatten een uitgebreidere bespreking van neoklassieke economie.

Dit rapport maakt expliciet onderscheid tussen neoklassieke economie en mainstream economie. We volgen Colander, Holt en Rosser (2004b, p. 5) en zien mainstream economie niet als een samenhangende ideeënwereld, maar als een sociologische categorie.

"Het is grotendeels een sociologisch gedefiniëerde categorie. Mainstream bestaat uit de ideeën waarmee individuen werken die dominant zijn in de leidende academische instituties, organisaties en tijdschriften op een bepaald moment, in het bijzonder de leidende onderzoeksopleidingen. Mainstream economie bestaat uit de ideeën die de elite van het vak als acceptabel beschouwt, waarbij we met elite doelen op de leidende economen in de hoogst aangeschreven graduate schools. Mainstream is niet een term die een historisch afgebakende school omschrijft, maar is een term die de ideeën beschrijft die door de hoogst aangeschreven scholen en instituties in het vak worden beschouwd als intellectueel deugdelijk en het waard om aan te werken."

Mainstream theorie is niet noodzakelijk een samenhangende ideeënwereld; het is welke ideeën ook maar dominant zijn op een bepaald moment, of die nu voortkomen uit gedeelde axioma's of niet. Individuele benaderingen als neoklassieke economie, daarentegen, worden onderscheiden op basis van hun theoretische uitgangspunten, niet hun huidige populariteit. Dat betekent dat de categorieën 'mainstream' en 'neoklassiek' niet volledig overlappen. Bijvoorbeeld: nieuw-Keynesiaanse economie is geen onderdeel van de huidige mainstream in het economisch onderzoek, ondanks het feit dat het deel is van de neoklassieke benadering (Colander, 2004). Gedragseconomie, die zich niet houdt aan het neoklassieke axioma van perfecte rationaliteit, is juist weer wel deel van de mainstream (Davis, 2006).

Verschillende theoretische benaderingen en deeltheorieën worden dus deel van de mainstream en vallen er soms ook weer uit. Momenteel blijkt echter de mainstream in het economisch onderwijs sterk te overlappen met de theoretische benadering bekend als neoklassieke economie.

 

Zie meer

Studiematerialen

Het Debat